LandvanWaarde

Aanleiding

De biodiversiteit in landbouwgebieden loopt al decennia terug. Ondank alle regelgeving en subsidies blijkt het moeilijk deze achteruitgang om te buigen. De vraag is of en hoe we in een melkveehouderijgebied meer biodiversiteit kunnen organiseren tot onderdeel van een nieuw verdienmodel voor de boeren en daadwerkelijke groei van biodiversiteit.

Aanpak

Met 30 boeren zijn bedrijfsnatuurplannen gemaakt waarbij het streven is om tenminste 5 en bij voorkeur 10% van hun areaal in te zetten voor biodiversiteit. Dit in de vorm van opgaande landschapselementen, kruidenrijke randen en poelen in het dooraderingsgebied en in de vorm van kruidenrijk grasland en plasdras in het open weidegebied. Daarnaast is een council – een ronde tafel – ingericht van partijen die baat hebben bij een meer biodivers landelijk gebied. Het gaat om terreinbeherende organisaties, gemeente, rijk, provincie, waterschap, landgoedeigenaren, landschapsbeheerders, zuivelverwerkers en banken. Hen is gevraagd om vanuit hun eigen belang en mogelijkheden te kijken naar specifieke beloningen, zodat boeren die meer aan biodiversiteit doen een extra verdienmodel krijgen.

Resultaat

De 30 boeren hebben een bedrijfsnatuurplan en vrijwel allemaal hebben ze op 5 tot 10% van hun areaal ruimte gegeven voor biodiversiteit; gemiddeld zo’n 7%. De beloningen, zoals rentekorting, extra grond voor boeren die veel doen en meer subsidiemogelijkheden zijn bekeken en voor een deel beschikbaar gemaakt. Het blijkt dat met name opgaande beplantingen voor boeren lastig liggen (mestregelgeving, toeslagrechten, maar ook sociaal-psychologisch) en ook de stap boven 6 à 7% van het areaal ligt ingewikkeld. Het blijkt voor de verschillende partijen lastig zijn om de beloningen concreet en toepasbaar te maken, zodat de boeren ook een langetermijn financieel perspectief kunnen verkrijgen.